Fietsersbond benadert partijen met beleidspunten voor verkiezingen 2026
Om het fietsen veiliger en uitnodigender te maken vraagt de Fietsersbond:
- meer ruimte voor de fiets
- het veiliger maken van de fietsinfrastructuur
- het tegengaan van fietsarmoede en -angst
Onderstaand onze zienswijze welke is opgestuurd naar de partijen in de gemeenteraad.
Thema voor de gemeenteraadsverkiezing 2026:
Meer fiets-dna in het gemeentelijk verkeersbeleid
Over fietsveiligheid en fietscomfort
Het doel van de Fietsersbond Regio Leiden is om het fietsen zo veilig mogelijk te maken en liefst ook zo comfortabel mogelijk:
De achterliggende visie is, dat fietsen goed is voor (de gezondheid van) mensen, goed is voor het milieu ( i.t.t. het autoverkeer) en goed voor het welzijn (geluksgevoel) van de bevolking.
Hoe kunnen we fietsveiligheid en fietscomfort nader invullen?
Fietsveiligheid: De situatie waarbij een persoon geen of weinig kans maakt letsel op te lopen door te fietsen, dan wel die perceptie heeft.
Ook gevoelde (on)veiligheid nemen wij mee, omdat een “sociaal onveilig” fietspad bijna per definitie appelleert aan gevoelde onveiligheid evenals een onduidelijke verkeerssituatie zoals “shared space”.
Merk op, dat een gevoelde onveiligheid kan leiden tot veranderend fietsgedrag, dat wil zeggen tot grotere onzekerheid en grotere kans op eenzijdige ongelukken, net name bij oudere fietsers.
Zowel feitelijke als gevoelde fietsonveiligheid kan tot mijdingsgedrag leiden, zoals dat bijvoorbeeld al enige jaren het geval is bij jonge (schoolgaande) kinderen en het autoverkeer intensiveren.
Fietscomfort: Het zonder noemenswaardige infrastructurele belemmeringen op fysiek en psychisch aangename wijze – en liefst zo rechtlijnig mogelijk – met de fiets op pad te zijn.
Het bevorderen van het fietscomfort, door het met name aantrekkelijker maken van fietstrajecten (bij voorbeeld doorfietsroutes), dringt het autoverkeer terug [1].
[1] In de bijlage “Minder Fietsonveiligheid en meer Fietscomfort” is dit nader uitgewerkt.
Beleidspunten
Om het fietsen veiliger en uitnodigender te maken vraagt de Fietsersbond:
meer ruimte voor de fiets
het veiliger maken van de fietsinfrastructuur
het tegengaan van fietsarmoede en -angst
1. Fietspaden
Het aantal gebruikers van fietspaden stijgt. Daarnaast neemt de variantie in vervoermiddelen (b.v lastenfietsen) die ervan gebruik maken toe. Het wordt drukker en de massa- en snelheidsverschillen groeit. Er moeten dus meer en bredere fietspaden komen, en dat kan te koste gaan van parkeerplaatsen en rijstroken voor auto’s.
2. Fietsparkeren
Op de plaats van bestemming horen voldoende (eventueel tijdelijke) stallingsplekken beschikbaar te zijn. En dat niet alleen bij het Centraal Station maar ook in de binnenstad, met name rond het kernwinkelgebied waar (soms al dan niet tijdelijk) conflicten met voetgangers kunnen ontstaan. Onderzoek naar regulering d.m.v. parkeervakken is aan te bevelen.
Tevens moet meer rekening gehouden worden met afwijkende maten fietsen, in het bijzonder met bakfietsachtigen.
Wenselijk is dat grotere wooncomplexen eigen fietsstallingen hebben.
3. Stationsgebied
Het stationsgebied is een veelvuldige bestemming van fietsers wat om gemakkelijk toegankelijke fietsenstallingen vraagt (liefst zonder trappen). Het is ook een belangrijke fietsdoorgangsroute in noord-zuid richting (een tunnel naast de autotunnel met ingangen naar Lorenz en De Geus op -1 niveau zou het beste zijn) en in de richting van het BSP (vereist doorgangsroutes onder het spoor).
4. Doorstroommogelijkheden
Om de wachttijden van fietsers bij verkeerslichten te verlagen moet de cyclus meer afgestemd worden op het fietsverkeer.
5. Omleidingen
Waarom gaan de omleidingen voor auto’s vóór op de omleidingen voor fietsers? Er moeten altijd zo kort mogelijke omleidingen van goed kwaliteit (afstappen moet worden vermeden) voor een zo kort mogelijke periode zijn. Deze dienen goed bebord en makkelijk digitaal vindbaar te zijn.
6. Afweging
In toenemende mate moeten wij constateren dat goede, respectievelijk noodzakelijke fietsoplossingen stranden op “groen” (soms 2 kleine bomen) . Dat geldt ook voor stedenbouwkundige overwegingen (klinkers i.p.v. asfalt). Voorts lijken zienswijzen van enkele directe bewoners méér te tellen dan het belang van alle fietsers. Dit ten koste van fietsveiligheid.
7. Gescheiden fietsinfrastructuur
Het veiligst zijn vrijliggende eenrichting fietspaden en tunnels (i.p.v. gelijkvloerse kruisingen). Wij zijn geen voorstaanders van korte tweerichtigen fietspaden in de binnenstad (Zoeterwoudesweg); het leidt vrijwel altijd tot problemen bij kruisingen.
8. 30km-zones
Wij steunen de gemeente om meer 30km-zones en -wegen aan te leggen. 50km-wegen zien wij als uitzondering. Op die 30km-wegen verwachten fietsers echter altijd fietsvoorzieningen zoals fietsstroken of tenminste fietssuggestiestroken.
9. Verkeerspsychologische invalshoek
Een “human factor” analyse van verkeerssituaties beschrijft hoe fietsers een verkeerssituatie ervaren en zich vervolgens gedragen (dikwijls anders dan vanuit verkeerskundige invalshoek wordt verwacht). In het ontwerpproces moet onbewust menselijk waarnemen en begrijpen gekoppeld worden aan mens-logische verkeersoplossingen. Soms tegen de heersende richtlijnen in.
10. Scholen
Het vervoermiddel van schoolgaande jeugd verandert (wel of niet gewenst; fatbike) waardoor het nog belangrijker wordt schoolroutes (nog) veilig te maken. Denk rondom scholen aan venstertijden voor auto’s en aan de afstellingen van verkeerslichten in de buurt.
11. Verbeterpunten
In onze ogen zijn de meest urgente infrastructurele verbeterpunten voor fietsers: de Vijf-Meilaan-rotonde en de aangrenzend kruising met de Churchilllaan (toegang parkeerplaats via Churchilllaan ?), de Posthofrotonde (fietstunnel?), de Ommedijkse rotonde (fietstunnel?) en het stationsgebied (zie punt 3)
12. Brommers en scooters
Brommers en scooters horen in navolging van Amsterdam zoveel mogelijk van het fietspad geweerd te worden. Dit wordt mede ingegeven door de toenemende geruisloosheid van deze tweewielers.
13. Handhaving
Hoewel de menskracht vaak een probleem is, vragen wij om meer handhaving van correct fietsgedrag (bv. snelheid) op gevaarlijke plekken en tijden (bv. evenementen).
14. Fietsbezit
Om mobiliteitsarmoede bij sociaaleconomisch kwetsbare groepen tegen te gaan verwachten wij van de gemeente actieve steun bij het beschikbaar hebben van een fiets.
15. Fietsangst
De toenemende complexiteit op fietsvoorzieningen (fietspaden) vraagt veel van beginnende fietsers (nieuwe bewoners evenals jonge kinderen). Oudere fietsers ervaren een zelfde soort angst, die versterkt wordt door een overstap naar (sterke) ebikes. Wij vragen om gerichte acties welke kunnen helpen bij het overwinnen van die angst (bv. fietsoefendagen, of verkeerstuin).
Kortom, (nog) meer fiets-dna in het mobiliteitsbeleid
Bijlage: Minder Fietsonveiligheid en meer Fietscomfort
Zonder aanspraak op volledigheid, is hier een aantal aspecten opgesomd die invulling geven aan de twee aandachtsvelden.
Fietsonveiligheid
Negatieve Aspecten (Oorzaken)
Gevaarlijke kruisingen
Veel (fiets)verkeer
Weinig ruimte
Grote snelheidsverschillen (zowel t.o.v. auto’s als medefietsers)
Grote massaverschillen (auto’s, lastenfietsen)
Gedrag medegebruikers rijloper (automobilisten, fatbikers, slingerende ouderen en kinderen),
Gevaarlijke of ongebruikelijke infrastructuur (denk aan Zoeterwoudseweg of Gangetje)
Technisch ondeugdelijke fietsen (matige remmen, gebrekkige verlichting, fatbike-configuratie)
Ongeschikte fietsen (hard optrekkende e-bikes voor ouderen en kinderen)
Gevolgen
Eenzijdige ongelukken (vallen)
Tweezijdige ongelukken (aanrijdingen)
Mijdingsgedrag fietsen
Fietscomfort
Positieve Aspecten
Glad wegdek
Weinig kruisingen
Overzichtelijke en verlichte tunnels
Vlakke hellingen
Overzichtelijk/duidelijk kruisingen
Interessante omgeving
Wachttijden bij verkeerslichten
Fietspaarkeerplaatsen
Bewegwijzering
Gevolgen
Minder autokilometers
Meer welzijn (gezondheid en levensplezier)
Soms vallen begrippen onder beide aspecten
“Eenzame” fietspaden
Weersomstandigheden
Fietspaaltjes
Slecht wegdek
De fietsinfrastructuur en de fietsparkeerplaatsen moeten dan ook voldoen aan het volgende.
Een fietsinfrastructuur:
is verkeerstechnisch veilig, vooral ook in relatie tot andere verkeersdeelnemers;
heeft een zo vloeiend mogelijke lijn, althans geen scherpe bochten;
heeft goed wegdek (liefst asfalt);
heeft zo weinig mogelijk obstakels (kruisingen, verkeerslichten, maar ook bv. paaltjes, [verkeers-] drempels);
toekomstigbestendige breedte voor fietspaden door toename fietsintensiteit (dus breder, zodat ook comfortabel kan worden ingehaald) en door oplopende snelheidsverschillen;
is sociaal veilig;
is als zodanig goed herkenbaar (bv. fietspad, snel-/doorfietspad, fietsstraat);
heeft heldere en coherente bewegwijzering;
heeft zo weinig mogelijke interferentie met het overige wegverkeer en is liefst gelijkvloers.
Ten aanzien van fietsparkeerplaatsen bepleiten wij:
voldoende vaste parkeerplekken, stadsbreed;
voldoende tijdelijke parkeerplekken bij tijdelijke pieken (marktdagen, evenementen);
aandacht voor de toegankelijkheid van fietsenstallingen;
ruime openingstijden.
[1]


Deel deze pagina
Een lijst met artikelen
-
30 km/u in Voorschoten: logisch, nodig en onderbouwd 30 km/u in Voorschoten: logisch, nodig en onderbouwd
De gemeenteraadsverkiezingen van mei 2026 zijn achter de rug. De coalitieakkoorden worden gesmeed. Reden voor de Fietsersbond Voorschoten om drie…
Gepubliceerd op: -
Voorschoten: Kies 30 km/uur als standaard Voorschoten: Kies 30 km/uur als standaard
Oproep aan de nieuwe gemeenteraad van Voorschoten: kies voor 30 km/u als de duidelijke standaard.
Gepubliceerd op: -
Leidseweg – inloopavond uitgesteld Leidseweg – inloopavond uitgesteld
Binnen de klankbordgroep zijn er twijfels over het ontwerp voor de herinrichting van de Voorschotense Leidseweg. De Fietsersbond stelt voor om nog eens goed naar het proces te kijken.
Gepubliceerd op: